zaterdag 26 maart 2011

Defensie geeft weer kaperbrieven uit

Tijden van Piet Hein herleven
Den Haag De tijden van de Zilvervloot gaan aanstonds weer herleven. Minister Hans Hillen denkt namelijk een oplossing gevonden te hebben voor het structurele geldgebrek waarmee het departement  kampt. Nog in dit begrotingsjaar zullen er weer kaperbrieven uitgegeven worden.

Door de herintroductie van kaperbrieven boort defensie een inkomstenbron aan die lange tijd (sinds 1856)  onaangeroerd bleef. Eerder was nog sprake van een geplande ontslaggolf bij Defensie (zie onder) maar die lijkt met de nieuwe plannen afgewend. Het zal binnenkort aan Nederlandse marineschepen toegestaan worden om schepen van vijandelijke mogendheden te kapen en de goederen die zij vervoeren  te confisqueren.

Minister Hillen: "Ik heb nooit begrepen waarom we eigenlijk gestopt zijn met de kaapvaart. Als kind leerde je al over de heldendaden van de Watergeuzen en Piet Hein. Het wordt tijd dat Nederland weer een partijtje mee gaat blazen op het internationale toneel en de kaapvaart lijkt me hiervoor uitermate geschikt."






De defensiestaf reageert verheugd op de beslissing van Hillen. Zo ziet Commandant Zeestrijdkrachten, Vice-Admiraal Borsboom alleen maar voordelen in de kaapvaart: "Vanaf nu hoeven we niet elk dubbeltje meer om te draaien, omdat we onszelf kunnen gaan bedruipen. Het moreel van de manschappen gaat omhoog omdat ze nu eindelijk voor een zaak vechten die ze snappen. En last but not least, voor de belastingbetaler is het uiteraard ook goed nieuws, wat het voor de politiek veel eenvoudiger maakt om buitenlandse missies aan het grote publiek te verkopen."

Borsboom heeft ook al nagedacht over potentiële kandidaten waar hij zijn pijlen op kan richten. "Een bedrijf als NITC staat hoog op mijn lijstje. Een Iraanse olietanker doet pak'm beet, zo'n 100 miljoen dollar. Daar kan je al gauw een heel JSF-toestel van aanschaffen en onderhouden."

Minister Hillen denkt dat het principe van het zich toe-eigenen van  goederen van vijandelijke mogendheden ook uit te breiden is naar de landstrijdkrachten tijdens buitenlandse missies. "We onderzoeken de wenselijkheid en effectiviteit van plunderbrieven voor de Landmacht. Tijdens de vecht/opbouwmissie in Uruzgan hebben onze jongens er op informele basis al enige ervaringen mee opgedaan en die waren veelbelovend."